Schorsing en verwijdering

Gelukkig komt het niet vaak voor, maar soms kan het nodig zijn om een leerling te schorsen of zelfs van school te verwijderen.

Schorsing en verwijdering zijn ordemaatregelen.

Het schoolbestuur (“bevoegd gezag”) is eindverantwoordelijk voor de procedure bij schorsing en verwijdering. Het besluit om een leerling te schorsen of te verwijderen wordt, namens het bevoegd gezag, genomen door de schoolleider van het cluster waartoe de desbetreffende school behoort.

Schorsing
Ernstige incidenten kunnen aanleiding zijn voor het nemen van een verregaande maatregel: schorsing. Te denken valt bijvoorbeeld aan:
• herhaalde les-/ordeverstoring;
• wangedrag tegenover leerkrachten en/of medeleerlingen;
• diefstal, geweldpleging;
• gebruik van alcohol of drugs tijdens schooltijden;
• ouders die zich ernstig misdragen.

(Ingeval van ernstige misdraging door ouders behoort ook het aan hen opleggen van een schoolverbod tot de mogelijkheden).

Vanaf 1 augustus 2014 is met de invoering van passend onderwijs de mogelijkheid tot schorsing in de Wet op het primair onderwijs (WPO) opgenomen. Voor die tijd golden er voor schorsing geen duidelijke rechtsregels.
Schorsen is mogelijk op grond van Artikel 40c WPO onder de daar gestelde voorwaarden:

1. Het bevoegd gezag kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen.
2. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de ouders bekendgemaakt.
3. Het bevoegd gezag stelt de onderwijsinspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.

Daarnaast wordt de leerplichtambtenaar van de woongemeente over de schorsing geïnformeerd.

Zo mogelijk worden de ouders opgeroepen voor een gesprek op school. De leerling wordt tijdens de schorsingsperiode binnen of buiten de school aan het werk gezet, teneinde te voorkomen dat hij een onderwijsachterstand oploopt. Na afloop van de schorsingsperiode en het gesprek met de ouders wordt de leerling weer tot de lessen toegelaten.

De ouders hebben de mogelijkheid om tegen een schorsingsbesluit binnen zes weken schriftelijk bezwaar te maken bij het bevoegd gezag. Gedurende de behandeling van het bezwaar kan de leerling de toegang tot de lessen worden ontzegd voor de maximale tijd van de schorsingsduur.
De leerling en zijn ouders worden door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

Een schorsing kan meerdere malen voor dezelfde leerling worden toegepast indien er sprake is van een nieuw incident.

Verwijdering

Er bestaan voor het bestuur van een openbare basisschool twee gronden om een leerling te verwijderen.
1. Het is denkbaar dat de school niet (meer) aan de ondersteuningsbehoefte van de leerling kan voldoen. Voor een betere toekomst voor de leerling zelf is het wenselijk dat er een andere school  wordt gezocht.
2. Daarnaast is verwijdering mogelijk in geval van (zeer) ernstig wangedrag van de leerling of diens  ouders. Voor de veiligheid van medeleerlingen en/of personeel wordt het in een dergelijke situatie  noodzakelijk geacht om de leerling te
verwijderen.

Verwijdering is geregeld in artikel 40 lid 11 WPO.

Ad 1. Ondersteuningsbehoefte
Hoewel de wettelijke term “verwijdering’ wordt gebruikt, is er in principe sprake van een verwijzing van de leerling naar een geschiktere, meer passende school.
De school waar de leerling onderwijs volgt moet eerst zelf proberen om de benodigde extra ondersteuning te bieden. Uitsluitend wanneer de school dit niet kan realiseren is een verwijdering/ verwijzing naar een andere school toegestaan. De school heeft de verplichting om een voor de leerling geschikte plek op een andere school te vinden.

Vanzelfsprekend moet over de beslissing om een leerling te verwijderen (te verwijzen naar een andere school) met de ouders overleg worden gevoerd. Het bevoegd gezag heeft hierbij te maken met een onderzoeksplicht ter beoordeling van de vraag of de school aan de ondersteuningsbehoefte kan voldoen. Relevante onderdelen bij dit onderzoek kunnen zijn de aard van de handicap en de daaruit voortvloeiende onderwijsbeperking, de beschikbare formatie en expertise van de leerkrachten en de beschikbare externe hulp. Ook het schoolondersteuningsplan wordt in dit onderzoek betrokken.
De school zal elk geval afzonderlijk bekijken en het belang van de leerling tegen dat van de school afwegen. Van belang is dat deze afweging zorgvuldig gebeurt, met deskundige, onafhankelijke adviezen.

Ad 2. Ernstig wangedrag van de leerling of diens ouders

Van wangedrag kan in uiteenlopende situaties sprake zijn: (herhaaldelijk) schoolverzuim, overtreding van de schoolregels, agressief gedrag, bedreiging, vandalisme dan wel seksuele intimidatie. Ook het wangedrag van ouders, zoals (herhaalde) intimidatie van leerkrachten, kan een reden zijn om een leerling te verwijderen. Verwijdering wegens wangedrag is een sanctie. Of deze sanctie wordt opgelegd, hangt van de omstandigheden af, er is geen algemene lijn. Wel zal het wangedrag in ieder geval ernstig zijn.

Hierbij is het volgende van belang:
• De school heeft gedragsregels geformuleerd, waarbij duidelijk is wanneer de grenzen worden overschreden. Deze regels zijn beschikbaar via de website en in de school voor ouders en leerlingen. Afwijking van dit beleid is niet onmogelijk, maar moet wel zeer goed zijn gemotiveerd;
• (Lichtere) maatregelen ter voorkoming van herhaling hebben gefaald (schorsing, gedragsafspraken);
• De leerling/ouders is/zijn gewaarschuwd dat bij eerstvolgende herhaling tot verwijdering wordt overgegaan, met uitzondering van situaties die onmiddellijk tot verwijdering aanleiding geven. Bij het komen tot een besluit om te verwijderen moet een afweging zijn gemaakt tussen het belang van de school en het belang van de leerlingen op de school te blijven.

Een licht vergrijp kan door herhaling uitgroeien tot ernstig wangedrag. Daarnaast is wangedrag denkbaar waarbij onmiddellijke verwijdering is geboden, zonder de genoemde eerdere maatregelen of voorafgaande waarschuwing. Dit geldt alleen in zeer ernstige gevallen.

Procedure voor verwijdering

1. Voordat tot verwijdering wordt besloten, hoort het bevoegd gezag de betrokken groepsleerkracht (en desnoods andere leden van het schoolteam). Deze mening wordt schriftelijk vastgelegd. Als dit geen aanleiding geeft voor een laatste poging om de situatie op te lossen, wordt formeel besloten tot het starten van de verwijderingsprocedure.
2. De ouders worden schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek, waarin wordt gesproken over het voornemen om over te gaan tot verwijdering. In dit gesprek geeft het bevoegd gezag aan waarop het voornemen is gebaseerd en waarom het belang van de ouders en de leerling moet wijken voor het belang van de school. Het verdere verloop van de procedure wordt besproken, waaronder de mogelijkheid om tegen de verwijdering bezwaar te maken. Het gesprek dient tevens om van de ouders te vernemen wat zij van de voorgenomen verwijdering vinden. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt.
3. Vormt het gesprek met de ouders geen aanleiding om van het voornemen af te zien, dan wordt dat schriftelijk en onderbouwd aan de ouders meegedeeld.
4. Het bevoegd gezag zoekt een school die verklaart bereid te zijn om de leerling toe te laten. Zonder deze bereidheid is het niet mogelijk om tot een definitieve verwijdering van de leerling over te gaan. Er worden scholen benaderd die op een redelijke afstand van de eigen school liggen; dat hoeven zeker niet uitsluitend scholen van het eigen bestuur te zijn.

In het definitieve verwijderingsbesluit geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat de redenen voor verwijdering zijn. Het belang van de school bij verwijdering wordt hierbij afgewogen tegen dat van de leerling om op de school te blijven. Ook bevat het besluit de datum van verwijdering en de naam van de school die bereid is om de leerling toe te laten. Tenslotte vermeldt het besluit de mogelijkheid voor de ouders om –indien zij het niet eens zijn met het verwijderingsbesluit- binnen zes weken na dagtekening een bezwaarschrift in te dienen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt dan binnen vier weken een beslissing op het bezwaar.

De onderwijsinspectie en de leerlichtambtenaar worden door het bevoegd gezag van het verwijderingsbesluit en de daaraan ten grondslag liggende redenen op de hoogte gesteld.